Het is eigenlijk een gek moment.
De hele dag verlang je naar je bed.
Naar rust.
Naar eindelijk niets hoeven.
Je poetst je tanden.
Doet het licht uit.
Trekt de dekens over je heen.
En precies op het moment dat je lichaam mag ontspannen…
gaat je hoofd aan.
Niet een beetje.
Maar alsof iemand ineens alle tabbladen opent die je overdag hebt weggeklikt.
Overdag was er geen ruimte
Ik denk dat veel mensen piekeren verkeerd begrijpen.
Alsof je hoofd expres moeilijk doet.
Alsof jij gewoon moet leren stoppen met denken.
Maar vaak gebeurt er iets heel anders.
Je hoofd heeft de hele dag gewacht.
Want overdag was er geen ruimte.
Er moest gewerkt worden.
Gereageerd worden.
Gezorgd worden.
Doorgeschakeld worden.
En alles wat tussendoor even omhoog kwam, werd snel weer weggeduwd.
“Straks.”
“Niet nu.”
“Geen tijd.”
Maar alles wat geen aandacht krijgt, verdwijnt niet altijd.
Soms wacht het gewoon.
Tot het stil wordt.
De stilte van de nacht maakt alles groter
Ken je dat?
Een probleem dat overdag nog redelijk klein voelde, lijkt om 02.00 uur ineens enorm.
Een appje waar iemand kort op reageerde.
Een keuze die je moet maken.
Iets wat volgende maand pas speelt.
Midden in de nacht voelt het allemaal dringend.
Alsof je nú een antwoord moet vinden.
Maar de nacht is zelden het beste moment om je leven op te lossen.
Je bed is langzaam een denkplek geworden
Veel vrouwen vertellen dat ze ’s avonds niet meer ontspannen naar bed gaan.
Ze nemen alles mee.
Hun telefoon.
Hun zorgen.
Hun planning.
Hun onafgemaakte taken.
Hun verantwoordelijkheden.
Je lichaam ligt onder de dekens.
Maar vanbinnen ben je nog bezig met de dag.
Je kunt niet ontspannen vanuit haast
Soms rennen we letterlijk naar rust.
Nog snel de was.
Nog snel opruimen.
Nog snel een bericht beantwoorden.
Nog snel iets afmaken.
En dan verwachten we dat ons lichaam binnen vijf minuten omschakelt naar diepe ontspanning.
Maar zo werkt ons systeem vaak niet.
Je lichaam heeft overgang nodig.
Een moment waarop het voelt:
De dag is klaar.
Ik hoef niets meer.
Wat als slapen eerder begint?
Misschien begint beter slapen niet pas wanneer je in bed ligt.
Misschien begint het eerder.
Wanneer je de avond wat zachter maakt.
Wanneer je jezelf niet tot het laatste moment vult met informatie.
Wanneer je niet wacht met voelen tot alle lichten uitgaan.
Een ander avondritueel
Niet nog een routine die perfect moet.
Niet weer iets wat je goed moet doen.
Gewoon een paar minuten.
Leg je telefoon weg.
Doe iets langzamer dan normaal.
Drink je thee zonder ondertussen iets te kijken.
Schrijf op wat nog door je hoofd gaat.
Niet omdat alles opgelost moet worden.
Maar zodat jij het niet allemaal mee hoeft te nemen je bed in.
Je hoeft niet met ieder gedachte mee
Dat vond ik zelf een fijne ontdekking.
Een gedachte mag er zijn.
Zonder dat je hem hoeft te volgen.
Zonder dat je midden in de nacht een oplossing hoeft te bedenken.
Soms mag je gewoon denken:
“Ik hoor je.”
“Maar niet nu.”
Misschien vraagt je hoofd niet om meer antwoorden
Misschien vraagt het om momenten waarop het eerder mag landen.
Waarop jij eerder mag stoppen.
Niet pas wanneer je volledig uitgeput bent.
Niet pas wanneer de dag voorbij is.
Maar ergens tussendoor.
Want rust ontstaat vaak niet in het moment waarop alles eindelijk klaar is.
Rust ontstaat wanneer jij jezelf toestemming geeft om eerder te vertragen.
Lig jij vaak wakker omdat je hoofd blijft doorgaan?
In mijn meditaties en ademwerk neem ik je mee uit het constante denken en terug naar de signalen van je lichaam.
Niet om gedachten weg te drukken.
Maar om weer ruimte te ervaren tussen alles wat er door je heen beweegt.












