“Je moet het gewoon loslaten.”
Ik denk dat bijna iedereen die zin weleens heeft gehoord.
En meestal is hij goed bedoeld.
Maar eerlijk?
Als loslaten zo makkelijk was, hadden we het allang gedaan.
Niemand kiest ervoor om ’s nachts wakker te liggen.
Niemand kiest ervoor om steeds terug te denken aan iets wat pijn deed.
Niemand kiest ervoor om iets honderd keer opnieuw door zijn hoofd te halen.
Loslaten lukt niet omdat iemand zegt dat het moet
Dat vind ik misschien wel het lastige aan het woord loslaten.
Het klinkt als een beslissing.
Alsof je iets vasthoudt en alleen maar je hand hoeft te openen.
Maar sommige dingen zitten niet alleen in je gedachten.
Sommige dingen zitten dieper.
Een teleurstelling.
Een verwachting.
Iets wat niet uitgesproken is.
Een gevoel dat nooit echt ruimte heeft gekregen.
Soms houden we iets vast omdat het belangrijk was
We denken vaak dat vasthouden verkeerd is.
Maar soms blijf je ergens aan denken omdat iets je geraakt heeft.
Omdat het iets betekende.
Omdat je ergens verdrietig over was.
Omdat iets anders liep dan je had gehoopt.
Je hoofd blijft teruggaan omdat het probeert te begrijpen wat er gebeurde.
Begrijpen voelt veiliger dan accepteren
Dat herken ik zelf ook.
Die neiging om te zoeken naar het waarom.
Waarom gebeurde dit?
Waarom zei iemand dat?
Waarom voelde ik me zo?
Alsof het antwoord ervoor zorgt dat het ineens geen pijn meer doet.
Maar soms komt er geen antwoord dat alles oplost.
Soms komt er alleen een moment waarop je merkt:
Ik wil dit niet langer iedere dag meenemen.
Loslaten is niet doen alsof het niets was
Dat wordt vaak door elkaar gehaald.
Loslaten betekent niet:
Het maakte niet uit.
Het was niet erg.
Ik ben er klaar mee.
Soms betekent loslaten juist erkennen:
Dit deed iets met mij.
Dit was belangrijk.
Dit had ik anders gewild.
En toch wil ik niet dat het mijn hele ruimte blijft innemen.
Waarom controle loslaten zo moeilijk voelt
Vasthouden geeft soms een gevoel van grip.
Zolang je blijft nadenken, voelt het alsof je nog iets kunt veranderen.
Alsof er nog een oplossing komt.
Maar sommige dingen veranderen niet door ze langer vast te houden.
Soms word jij alleen degene die het gewicht blijft dragen.
Je lichaam mag ook loslaten
We proberen vaak los te laten met ons hoofd.
Door anders te denken.
Door onszelf toe te spreken.
Maar je lichaam draagt ook spanning.
Dat voel je soms letterlijk.
Een knoop in je buik.
Een druk op je borst.
Een gespannen kaak.
Alsof een deel van jou nog steeds iets vasthoudt.
Misschien begint loslaten met toelaten
Dat klinkt tegenstrijdig.
Maar vaak willen we iets zo snel mogelijk kwijt.
De gedachte moet weg.
Het gevoel moet weg.
De pijn moet weg.
Terwijl iets soms juist zachter wordt wanneer het even mag bestaan.
Zonder gevecht.
Een andere vraag
Niet:
Hoe kom ik hiervan af?
Maar:
Wat vraagt nog om mijn aandacht?
Dat is een heel andere beweging.
Minder strijd.
Meer luisteren.
Sommige dingen laat je niet ineens los
Sommige dingen worden langzaam minder zwaar.
Niet omdat je ze vergeet.
Maar omdat je stopt met ze iedere dag opnieuw dragen.
Omdat er nieuwe momenten bijkomen.
Nieuwe ervaringen.
Nieuwe ruimte.
Merk je dat je hoofd blijft vasthouden aan dingen die je eigenlijk wilt loslaten?
In mijn meditaties, ademwerk en retreats werken we niet aan wegdrukken of jezelf veranderen.
Maar aan ruimte maken voor alles wat gezien wil worden, zodat je niet langer hoeft vast te houden wat klaar is om zachter te worden.












